De neushoorn
Een prehistorische tank die al 60 miljoen jaar rondzwerft op onze planeet. Massief en onverstoorbaar. Neushoorns zijn bijna onoverwinnelijk. Bijna. Want ze worden meedogenloos opgejaagd om iets dat nooit van ze afgenomen mag worden: hun hoorn. Toch vond WWF een manier om ze te beschermen. Dit is het comebackverhaal van de neushoorn.
De comeback
Op het Afrikaanse continent vind je twee soorten neushoorns: de witte en de zwarte. En het had niet veel gescheeld of we waren ze allebei kwijt. Van de witte waren 100 jaar geleden minder dan 100 over. Voor de zwarte waren de jaren negentig een hel. Slechts een paar duizend overleefden de gruwelijke stroperijen. Maar de neushoorn geeft zich niet zomaar gewonnen. En WWF ook niet.
Van 2.500 naar 6.800
Allebei de soorten hebben een van de mooiste en krachtigste comebackverhalen die er bestaan. Door gebieden te beschermen en stroperij aan te pakken, struinen er nu weer zo’n 16.000 witte neushoorns over de graslanden van Zuid-Afrika, Namibië, Zimbabwe en Kenia. Van de zwarte neushoorn zijn er bijna 6.800. En dat is voor een belangrijk deel te danken aan een bijzonder WWF-programma: het Black Rhino Range Expansion Project (BRREP).
(Nog) geen sprookjeseinde
Wat was het mooi geweest als het verhaal hier was geëindigd. Dat dit zetje in de rug genoeg was geweest. We hadden niets liever gewild, maar de realiteit is anders. Stroperij laait weer op. Heftiger en lelijker dan we in lange tijd hebben gezien. In korte tijd zijn we dramatische aantallen verloren.
Zuid-Afrika is het thuis van veruit de meeste neushoorns. Zowel witte als zwarte. In 2025 werden daar nog 352 neushoorns nodeloos afgeslacht. Dat is bijna elke dag 1.
Zo helpt WWF
De hoop zit in BRREP. In alle gebieden van ons programma neemt stroperij juist af en groeit het aantal neushoorns. De truc is dus vooral: zorgen voor veilige leefgebieden. En dat kan BRREP als geen ander.
Zodra een nieuw leefgebied is gevonden, wordt eerst gekeken welke anti-stroperij-maatregelen nodig zijn en hoe we zorgen voor blijvend toezicht. Vervolgens verhuizen we een paar neushoorns van 1 van onze 2 bronpopulaties in Zuid-Afrika naar het nieuwe leefgebied. Zo ontstaat er ademruimte voor de achterblijvers. En dat zorgt er weer voor dat er meer neushoorntjes geboren worden. Zo groeit de populatie op 2 plekken. Simpel, maar ingenieus.
Meer dan een neushoorn
Neushoorns lopen al zo lang rond op aarde, dat we ze haast om die reden alleen al verschuldigd zijn om ze te behoeden voor uitsterven. Toch houdt het niet op bij de neushoorn. Door deze dieren te beschermen, beschermen we zoveel meer. Andere Afrikaanse iconen als leeuwen, olifanten, luipaarden en giraffen delen hun leefgebied met de neushoorn en profiteren zo ook.
Maar ook daar houdt het niet op. Uiteindelijk profiteren wijzelf. Door graslanden te beschermen, beschermen we de meest bedreigde en tegelijkertijd minst beschermde ecosystemen ter wereld. Maar liefst 40 procent van al ons landoppervlak is grasland. Hiervan is het overgrote deel al omgezet in akkers en graasgebied voor vee. Overgebleven graslanden verdwijnen nog sneller dan onze bossen terwijl ze onmisbaar zijn bij het reguleren van ons wereldwijde klimaat. Ze slaan namelijk enorme hoeveelheden koolstof op. Dus als we de neushoorn en zijn savanne redden, redden we een stukje van onze eigen toekomst.
Meer over neushoorns
Indiase comeback
De Indische neushoorn is een van de drie soorten neushoorns die je in Azië vindt. Ooit zwierven ze rond over een groot deel van het Indiase subcontinent. Maar stroperij en (trofee) jacht dreef de Indische neushoorn naar de rand van de afgrond. Begin 1900 waren er nog zo’n 200 over.
Gelukkig wisten India en Nepal het tij te keren samen met WWF en haar partners. De comeback van de Indische neushoorn werd een van de grootste natuurbeschermingsverhalen van Azië. Dankzij strikte bescherming kreeg deze neushoorn de kans om een comeback te maken. Nu leven er ongeveer 4.000 Indische neushoorns in het wild.
Belang van de neushoorn
Grazende neushoorns zorgen ervoor dat savannes open graslanden blijven. Bepaalde planten kunnen niet overwoekeren. Dit trekt dit weer andere diersoorten aan. Zoals antilopen. Ook zorgt het ervoor dat bosbranden zich minder makkelijk kunnen verspreiden.
Naast de twee Afrikaanse soorten, bestaan er ook nog drie Aziatische soorten. Die leven in tropische regenwouden, waar ze met hun uitwerpselen plantenzaden verspreiden over grote afstanden. Zo houden ze het bos in stand.