De orang-oetan
Bosmens. Dat betekent orang‑oetan in het Indonesisch. Wie ooit diep in de ogen van deze mensaap keek, herkent het meteen: iets van onszelf. We delen meer dan 96 procent van ons DNA met deze intelligente en zachtaardige dieren. Maar als we niet oppassen, zijn we ze straks kwijt. Want hun wereld krimpt. Snel. Toch is er hoop. Op sommige plekken komen orang-oetans terug. Dit is hun verhaal.
De comeback
Orang-oetans vind je alleen in Indonesië. Op de eilanden Borneo en Sumatra. Helaas is hier al meer dan de helft van al het regenwoud gekapt. Bijna nergens anders op aarde gaat ontbossing zo hard als hier. Dat zijn bomen die orang-oetans nodig hebben. Voor voedsel, voor veiligheid. Toch is er hoop diep in de jungle. In het Bukit Piton-reservaat op Borneo ging WWF aan de slag met een kale, stoffige vlakte. Gebied verwoest door houtkap en bosbranden. 345.000 jonge boompjes werden geplant en zo 2.400 hectare jungle hersteld.
Van 0 naar 400
10 jaar later gebeurde het echte wonder. Orang‑oetans keerden terug. Ze aten van de nieuwe fruitbomen en sliepen hoog in het bladerdak van het herstellende bos. Vandaag leven er weer zo’n 400 orang‑oetans. Het levende bewijs van de veerkracht van de natuur. Zo lang wij haar maar dat ene zetje geven. En ook in het Sebangau National Park keerde het leven terug. Na verwoestende branden hielp WWF met bosherstel. 8 jaar later floreert het gebied opnieuw en herbergt het de grootste populatie wild levende orang‑oetans ter wereld.
We zijn er nog niet
Toch zijn losse succesverhalen helaas niet genoeg. Op Borneo is al meer dan helft van al het regenwoud weggevaagd. En op Sumatra verdwijnen onze groene oases zelfs nog sneller. Hierdoor zijn we in de afgelopen decennia al meer dan de helft van alle orang-oetans in het wild verloren. Er worden 3 soorten orang-oetans onderscheiden. Van de Borneose zijn er nog zo’n 100.000 over. Van de Sumatraanse minder dan 14.000. En van de Tapanuli‑orang‑oetan slechts 800. Daarmee is die laatste de meest bedreigde mensaap ter wereld.
Zo helpt WWF
Als losse successen niet genoeg zijn. Wat dan wel? We gingen groter denken. Over landsgrenzen heen. Brachten mensen samen en kwamen uiteindelijk met een ambitie die minstens net zo groot is als dat verschrikkelijke ontbossingsprobleem zelf: we gaan alle overgebleven, versnipperde stukken jungle op heel Borneo weer met elkaar verbinden!
Dit is het plan
We ontdekten wat de belangrijkste en meest gebruikte slingerroutes van orang-oetans zijn. Deze 30 groene snelwegen worden zo snel mogelijk beschermd of hersteld. En de eerste route is inmiddels veilig! Met steun van WWF komt er een corridor van maar liefst 220 kilometer tussen het Sebangau National Park en de centrale hooglanden van Bukit Baka Bukit Raya. Uiteindelijk moet meer dan 4.000 kilometer aan verbonden natuur ontstaan.
Zo kunnen orang‑oetans weer genoeg eten vinden, partners bereiken en uitwijken naar koelere plekken wanneer het klimaat verandert. Maar niet alleen orang-oetans vinden hun weg door die veilige slingerbossen. Ook olifanten, neushoorns en honderden vogelsoorten en duizenden unieke plantensoorten profiteren van dat machtige natuurherstel. En uiteindelijk wijzelf.
Want regenwouden slaan enorme hoeveelheden CO₂ op. Als ze verdwijnen, verliezen we meer dan natuur alleen. We verliezen een onmisbaar schild tegen klimaatverandering. Daarom vecht WWF om te beschermen wat er nog is en te herstellen wat verloren ging. Want de toekomst van de orang-oetan is onlosmakelijk verbonden met die van ons allemaal.
Meer over orang-oetans
Belang van de orang-oetan
Dankzij hun voorliefde voor vruchten en de lange afstanden die zij elke dag afleggen, spelen orang-oetans een belangrijke rol in de verspreiding van zaden. Sommige planten zijn zelfs volledig afhankelijk van de orang-oetan voor verspreiding.
Orang-oetans zijn ontzettend intelligent. Wist je dat sommige orang-oetans handschoenen maken van bladeren zodat ze stekelig fruit kunnen plukken? Meer hierover en 9 andere interessante weetjes.