
Panut Hadisiswoyo: “Het was alsof de orang-oetan zei: help me alsjeblieft”
Een verhaal van Nathalie van Koot, WWF-NL
Het was in 2017 heel bijzonder nieuws toen ontdekt werd dat de Tapanuli orang-oetan op Sumatra een andere soort is dan de Sumatraanse orang-oetan. De lokale bevolking kende deze kleinere soort met meer kroezig haar natuurlijk al veel langer, maar het was nu officieel bevestigd. Toch hing er meteen al een schaduw over het nieuws want deze ‘nieuwe’ soort met minder dan 800 orang-oetans kreeg meteen het stempel met uitsterven bedreigd. Panut Hadisiswoyo zet zich al meer dan 20 jaar met zijn Orangutan Information Centre met hart en ziel in om orang-oetans in zijn geboorteland Sumatra, Indonesië, te helpen beschermen.
Hoe is jouw liefde voor orang-oetans ontstaan?
“Nadat ik mijn universitaire studie had afgerond, kreeg ik de kans om me aan te sluiten bij een team van natuurbeschermers in het Leuser-ecosysteem in het noorden van SumatraMeteen vanaf dat eerste moment werd ik écht verliefd op het regenwoud. Op een dag kwam een vrouwelijke orang-oetan heel dicht bij me. We hadden heel lang oogcontact en ik denk dat de afstand tussen mij en de orang-oetan misschien minder dan 10 meter was.Het voelde alsof we met onze blikken een gesprek hadden en dat ze een boodschap wilde overbrengen: help me alsjeblieft. Vanaf dat moment raakte ik steeds nieuwsgieriger naar het leven van orang-oetans en wilde heel graag iets doen om ze te helpen.”

© Orangutan Information Centre
Wat is er zo belangrijk aan deze dieren, dat je aandacht trekt?
“Orang-oetans zijn superintelligente dieren, voor mij de intelligentste ter wereld. Ze gebruiken gereedschap en zijn erg slim. Ze maken elke dag een nest van bladeren om 's avonds in te slapen en in de vroege namiddag uit te rusten. Van sommige dingen sta ik echt versteld. Met name hoe de moeder de baby leert om in het bos te overleven, vaardigheden te ontwikkelen, in bomen te klimmen en voedsel te vinden. Je moet weten dat orang-oetanbaby's zes tot acht jaar bij hun moeder blijven om te leren hoe ze in het bos kunnen overleven. Het is echt prachtig om deze relatie van dichtbij te observeren. “
Jouw organisatie, het Orangutan Information Centre, heeft intussen 2000 hectare (ter vergelijking: Nationaal Park De Hoge Veluwe is 5400 hectare) aangetast bos hersteld. Dieren komen langzaam terug en jullie boeken vooruitgang. Maar het kost allemaal veel tijd. Het is een kwestie van lange adem en de bedreigingen zijn groot. Wat houdt jullie op de been?
“Tuurlijk zijn mensen soms wanhopig, ook ik, ik ben wanhopig over alle vernietiging die plaatsvindt op Sumatra, maar dan moet je juist iets doen, al is het maar iets kleins. Als je een probleem ziet en je denkt dat iemand anders het wel zal oplossen, dan is dat het begin van de vernietiging. Ik heb bijvoorbeeld een vrijwilligersproject opgezet voor lokale jonge mensen, die nu stuk voor stuk toegewijd zijn om het bos en de orang-oetans te helpen. Het mooie is dat mensen zien dat er echt iets verandert als je in actie komt.”
Hoe zien de komende jaren eruit en wat moet er gebeuren?
“Voorop staat dat we het bos als bos in stand moeten houden. Het is van vitaal belang dat we het regenwoud niet alleen voor orang-oetans en andere dieren behouden, maar ook voor ons mensen. Ik wil meer grond die illegaal is ontwikkeld voor plantages en mijnindustrie terugvorderen en herstellen en ik wil een plek veiligstellen waar orang-oetans zonder gevaar kunnen leven. Als we het bos vernietigen, geloof ik dat er geen toekomst meer is. Ook is het essentieel dat natuurorganisaties en wetenschappers samenwerken met de overheid. We moeten samen een vuist maken. Ook vind ik het hoog tijd dat er een gezamenlijk en geïntegreerd actie- en managementplan voor de Tapanuli orang-oetan komt. Dat klinkt misschien een beetje technisch, maar het voortbestaan van deze bijzondere soort hangt ervan af. We hebben een strategie en een tijdspad nodig om de Tapanuli orang-oetan toekomst te geven. Met andere bedreigde soorten is dit ook gelukt dus het kan!”