Als kind wilde ik boerin worden: lekker de hele dag buiten zijn en met natuur werken. Ik kom uit een klein boerendorp in Brabant waar in mijn jeugd de koeien nog volop buiten graasden en je zelfs varkens in de weilanden zag. In het voorjaar ging ik met mijn ouders en andere families de komst van de veldtjakkers vieren – kramsvogels die in grote getalen broedden in de polder. In de zomer plukten we wilde bloemen aan de slootkanten.

Toen ik – meer dan 25 jaar geleden - aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen ging studeren wilde ik niet zelf meer boer worden, maar arme boeren in ontwikkelingslanden helpen. Aan het einde van mijn studie kreeg ik de kans om een hele zomer Nederlandse boeren te interviewen voor het ministerie van landbouw. Het idee was dat ik maar liefst tachtig boeren door heel Nederland zou interviewen over hoe zij tegen milieuregelgeving aankeken.
Aan de keukentafel van menig boer ging het al gauw niet meer over regelgeving. Zij vertelden mij over hun onzekere leven, de dilemma’s, de moeilijke periodes, de druk om te presteren, het onbegrip uit de samenleving, bijvoorbeeld vanwege de bio-industrie en pesticiden. En de drempel om dit met collega-boeren te bespreken uit angst voor gezichtsverlies en falen. Sommigen barstten tijdens het gesprek zelfs in huilen uit. Best heftig voor een 24-jarige student. Ik kreeg op deze manier bewondering voor het boerenvak, maar het verwarde me ook. Uit de gesprekken bleek dat boer zijn superhard werken is, eenzaam en geen vetpot. Het is dus per definitie geen economische activiteit waar je rijk mee wordt, eerder een roeping. Maar als het een roeping is, waarom boer je dan met zulke grote negatieve gevolgen voor natuur en milieu? En dat voor een markt die niet eens bereid is een fatsoenlijke kostprijs te betalen zodat je inkomen al decennialang moet worden aangevuld met hoge Europese subsidies?

Aan het einde van mijn rondreis langs boeren werd ik gegrepen door de vraag hoe je voedsel kunt produceren met respect voor natuur en milieu, weer waardering kunt krijgen vanuit de samenleving en boeren een eerlijke prijs voor hun product krijgen. Daar heb ik me de afgelopen 25 jaar met hart en ziel voor ingezet, maar we zijn er nog lang niet. De soortenrijkdom in Nederland holt nog steeds achteruit: weidevogels hebben onvoldoende bloemrijke weides om hun jongen groot te brengen en natuurgebieden worden aangetast door een teveel aan mest. En boeren kunnen nog steeds geen fatsoenlijk inkomen verdienen. Er is een grote verandering nodig om te komen tot een natuurvriendelijke landbouw met toekomstperspectief voor natuur én boeren.

Bij WNF komt alles van deze uitdaging samen. Sinds 2012 werk ik samen met boeren, bedrijven, wetenschappers en overheden aan een landbouw die met respect voor natuur voedsel produceert én boeren daarvoor beloont. Dat is best spannend want natuurbeschermers en boeren hebben jarenlang tegenover elkaar gestaan. En het is een weg met vele hobbels, maar we hebben de belangrijkste hobbel al overwonnen: met elkaar in gesprek gaan en oog hebben voor elkaars belangen. Zo zijn we aanjager van een omslag die de landbouw onderdeel van de oplossing maakt en natuur weer een kans geeft in Nederland en als voorbeeld voor WWF-kantoren in het buitenland.

In deze blog neem ik je mee in mijn werk, de mooie kanten én de uitdagingen. En het is helemaal mooi als mijn blog je inspireert om zelf ook een bijdrage te leveren!

Artikelen van Natasja

07 mei 2019

Blog,Voedsel,VoedselNLLandbouw

Power to the Beans!

Lees verder
09 april 2019

Blog,Voedsel,VoedselNLLandbouw

Dit voorjaar een omslag beleven?

Lees verder