Natasja Oerlemans
Voedsel en Landbouw Expert WWF
14 augustus 2019

Over graslanden en groenteburgers

Ik sta op een berg in het Nationaal Park Monfragüe in Spanje. Met mijn verrekijker tuur ik naar de rots aan de overkant van de Taag rivier want daar broeden talloze roofvogels. Eigenlijk heb ik die verrekijker niet eens nodig want ik zie zes Monniksgieren langs mij vliegen, op grote hoogte een paar Vale gieren cirkelen, onder mij een zwarte ooievaar en in de verte zelfs een Spaanse Keizersarend!

Niet dat ik nu zelf zo goed ben in het herkennen van vogels. Er staan vogelaars met telelenzen zo groot als een sterrenkijker naast me en die delen de ene na de andere bijzondere waarneming. Ik heb nog nooit zo’n groot aantal roofvogels bij elkaar gezien. Dit is een unieke plek in Europa en niet alleen vanwege het Nationaal Park. De grote dichtheden aan roofvogels is te danken aan het omliggende landbouwgebied: de dehesa.

Eeuwenoude landbouw

Dehesas zijn eeuwenoude graslanden met bomen – een soort savanne - die door mensen zijn aangelegd en onderhouden. De graslanden staan vol met kruiden en bloemen en trekken insecten, vogels, konijnen en andere wilde dieren aan zoals herten en zwijnen. De bomen zijn kurkeiken of steeneiken. Koeien en schapen grazen onder de schaduwrijke bomen, varkens scharrelen eikels bij elkaar en ook het gras groeit beter dan in de brandende zon. Sommige bomen zijn wel meer dan 250 jaar oud. Elke 7 jaar wordt de kurk geoogst en krijgt de boom weer kans om te herstellen. Door begrazing blijft het landschap open en is het ook goed toeven voor de konijnen – een belangrijke bron van voedsel voor de roofvogels. En de gieren doen zich tegoed aan de karkassen van het vee en de wilde dieren die het niet redden. Daarmee voorkomen ze ook de verspreiding van ziektes. Deze eeuwenoude vorm van landbouw is alleen mogelijk door in harmonie met natuur vlees en andere producten zoals kurk te produceren. Want de grond is te arm en het klimaat te droog voor akkerbouwgewassen.

 

Veevoer

Veel mensen denken bij natuurgebieden vooral aan bossen zoals de Amazone. Maar savannegebieden zoals de dehesas in Spanje, de Cerrado in Brazilië en de Serengeti in Afrika zijn ook van groot belang voor wilde dieren en planten. Zo telt de Cerrado meer dan 10.000 wilde plantensoorten waarvan de helft nergens anders in de wereld te vinden is. De Cerrado wordt helaas sterk bedreigd door vernietiging van het grasland voor de teelt van soja en doordat er grote hoeveelheden vee worden gehouden. Een groot deel van de soja uit de Cerrado wordt door Nederland geïmporteerd en verdwijnt hier als veevoer in de magen van kippen, koeien en varkens. Onze intensieve veehouderij is dus een belangrijke veroorzaker van de vernietiging van natuurlijke graslanden in Latijns Amerika.

Nog geen 5% van de graslanden wereldwijd zijn beschermd en inmiddels wordt tweederde van alle graslanden gebruikt door mensen, steeds vaker op een onduurzame manier waardoor wilde dieren worden verdreven, de bodem uitgeput raakt en de grond uiteindelijk zo degradeert dat er niets meer kan groeien. Gelukkig is er steeds meer aandacht voor het belang van het behoud van graslanden voor wilde dieren en planten. De Our Planet serie op Netflix heeft er zelfs een hele aflevering aan gewijd. En ook wij kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het behoud van graslanden.

Dat is vooral: minder vlees eten. Veel graslanden worden omgeploegd voor de teelt van veevoer of worden overbegraasd door teveel vee op een te klein oppervlak. Dat is niet alleen desastreus voor wilde dieren en planten, maar ook voor het klimaat want graslanden zijn een belangrijke bron van koolstofopslag en vernietiging ervan leidt tot extra CO2 uitstoot.

Duurzame extensieve veehouderij

In het recent verschenen rapport van de Verenigde Naties over klimaatverandering en land wordt daarom ook terecht gewezen op het belang van het behoud van graslanden. Veehouderij kan prima samengaan met koolstofopslag en het behoud van wilde dieren en planten als het vee duurzaam en extensief gehouden – dat betekent precies zoveel vee op een hectare als dat het natuurlijke ecosysteem aan kan. Voor veel gebieden in de wereld kan een duurzame extensieve veehouderij een belangrijke bron van eiwitten zijn voor de lokale bevolking. Wat vooral moet veranderen is dat we niet meer graslanden vernietigen om onze westers consumptiepatroon te blijven voeden.

We hoeven daarvoor echt niet met zijn allen vegetariër te worden. Door veel minder vlees te eten, kunnen we al een belangrijke bijdrage leveren aan natuurherstel en het tegengaan van klimaatverandering. Nog niet zo lang geleden – tot ver in de jaren zestig zelfs – was vlees iets speciaals wat je slechts een paar keer per week at. Inmiddels zijn er veel meer aantrekkelijke alternatieven en is plantaardig eten ook nog eens gezonder. Nederland loopt voorop in smakelijke vleesvervangers in de supermarkt. De vleesconsumptie is hier ook al licht gedaald. Onze WWF collega’s in andere landen kijken daarom met interesse naar wat er in Nederland gebeurt. Misschien kunnen we wel trendsetter worden voor een wereldwijde omslag naar meer plantaardig eten!

Natasja Oerlemans
Voedsel en Landbouw Expert WWF
Bekijk meer artikelen

Blijf op de hoogte

Ontvang inspiratie, duurzame tips en het laatste natuurnieuws van WWF (ca. 2 mails per maand)