Bas Meelker / WWF
12 april 2018

Meer gras, minder soja: grondgebonden melkveehouderij helpt natuurbescherming

Nederlandse koeien eten over zeven jaar vrijwel geen veevoer met soja en palmpit meer, maar eitwitrijk gras van eigen bodem. Dat is het ambitieuze plan waar het Wereld Natuur Fonds samen met de melkveesector aan heeft gewerkt. Het keert de intensivering van de melkveehouderij in Nederland en helpt direct tegen ontbossing in Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië, waar grote stukken regenwoud worden gekapt voor soja- en palmolieplantages. Het plan is een bindend advies voor melkveehouderij.

Het advies is vandaag aangeboden aan de opdrachtgevers: de boerenorganisatie LTO en de koepel van zuivelfabrieken NZO. Zij gaan het advies uitvoeren zodat in 2025 een belangrijke basis voor dat de basis moet leggen voor een toekomstbestendige en duurzame melkveehouderij is geregeld: grondgebondenheid.

Ambitieus én haalbaar

Natasja Oerlemans, hoofd Unit Food bij WWF: “We hebben een spannende tijd achter de rug, want enerzijds moeten er grote stappen worden gezet om echt een positief effect voor natuur te realiseren. Maar anderzijds wil je ook dat een grote groep melkveehouders deze positieve beweging in 2025 kán maken. Daarom hebben we veel tijd besteed aan het analyseren van alle mogelijkheden en de gevolgen daarvan voor de natuur en voor melkveehouders. Uiteindelijk zijn we gekomen tot een ambitieus en haalbaar advies waar we als hele commissie achter staan.”

Winst voor de natuur

Grondgebondenheid betekent dat melkveebedrijven zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn door vooral gras op het eigen bedrijf te produceren of door samenwerking met boeren in de buurt in een straal van 20 kilometer. Alle mest van de koeien wordt zo ook in de buurt gebruikt, waardoor er geen mestoverschot meer is. Doordat koeien meer gras eten, kan de import van eiwitrijk voer van buiten Europa drastisch afnemen.


Afspraken

De afspraak is dat in 2025 twee derde minder soja en palmpitten worden geïmporteerd ten opzichte van 2017 en dat het resterende voer van buiten Nederland wordt gecertificeerd om verdere ontbossing te voorkomen. Het is de bedoeling dat uiterlijk vanaf 2040 helemaal geen voer van buiten Europa wordt geïmporteerd.

Meer gras

Doordat koeien meer gras gaan eten, komt er volgens berekeningen meer dan 100.000 hectare weideland in Nederland bij en wordt er minder snijmais verbouwd. Naast soja en palmpit is maïs namelijk dé grondstof voor veevoer dat veel koeien nu nog krijgen. Gras is goed voor de bodemvruchtbaarheid en de opslag van koolstof. Meer gras biedt ook een goede basis voor weidevogelbeheer en agrarisch natuurbeheer. En op gras worden minder bestrijdingsmiddelen gebruikt dan in maisteelt.

Lees meer over hoe natuur en landbouw samen kunnen gaan en hoe WWF daar aan werkt.

Gerelateerde artikelen

Over graslanden en groenteburgers

Ik heb nog nooit zo’n groot aantal roofvogels bij elkaar gezien. Dit is een unieke plek in Europa en niet alleen vanwege het Nationaal Park. De grote dichtheden aan roofvogels is te danken aan het omliggende landbouwgebied: de dehesa.
Meer info

Natuur- en milieuorganisaties: Landbouwplan van Minister Schouten gemiste kans

Natuur- en milieuorganisaties zijn teleurgesteld over het ‘Realisatieplan’ voor de landbouw van Minister Schouten. De organisaties zien veel toekomst in kringlooplandbouw, maar vinden het langverwachte plan van de minister veel te mager.
Meer info

Blijf op de hoogte

Ontvang inspiratie, duurzame tips en het laatste natuurnieuws van WWF (ca. 2 mails per maand)