3x goed nieuws voor de orang-oetan
Meer bomen voor orang-oetans in Sebangau
Afgelopen jaar heeft WWF samen met partners 430 hectare herplant in de orang- oetan-corridor in Sebangau. In dit nationale park op Borneo leven iets meer dan 8.700 orang-oetans. Een stabiele populatie die de afgelopen tien jaar zelfs iets is gegroeid.
Voor het behoud van deze populatie wordt er gewerkt aan een verbindingszone van 8.800 hectare die twee grote nationale parken met elkaar verbindt: Sebangau in het zuiden en Bukit Baka Bukit Raya in het noorden.
Het is belangrijk dat deze verbindingszone vol gezonde bomen staat. Sommige delen bestaan al uit gezond bos, maar op andere stukken moeten er nog veel bomen worden geplant om de bedekkingsgraat te vergroten. Orang-oetans hebben namelijk bomen nodig om zich voort te bewegen. Zodra de bomen groot genoeg zijn, kunnen de orang-oetans hopelijk weer door de hele corridor slingeren.
Terugkeer van 400 orang-oetans op Borneo
In het oostelijke deel van Sabah op Borneo (Maleisië) heeft het herstel van het bos ervoor gezorgd dat zo’n 400 orang-oetans zijn teruggekeerd naar het gebied.
In het Bukit Piton-bosreservaat ging het jarenlang mis: tussen de jaren 80 en 2007 werd veel bos gekapt en grote branden in 1983 en 1997-1998 richtten extra schade aan. In 2007 startte WWF, samen met het bosbouwdepartement van Sabah en lokale partners een grootschalig herstelproject.
Er werden zo’n 345.000 zaailingen geplant, een mix van snelgroeiende bomen en fruitbomen zoals vijgenbomen. Daarmee werd er ook voedsel voor de orang-oetans toegevoegd. In totaal ging het om 2400 hectare aangetast gebied.
Onderzoekers hebben het gebied tien jaar geobserveerd en zagen orang-oetans terugkeren, nesten bouwen in de nieuwe bomen en fruit eten. Veldonderzoeker William zegt: “Bukit Piton is het levende bewijs dat herstel werkt. Nu is het onze taak om ervoor te zorgen dat de orang-oetans blijven en dat het bos hen blijft ondersteunen.”
Orang-oetans krijgen een veiliger leefgebied dankzij kanaalblokkades
In Sebangau National Park op Borneo worden tussen 2025 en 2029 door WWF en partners zo’n 296 kanalen geblokkeerd om de veengebieden weer nat te maken. De kanalen waren ooit gegraven om water naar akkers te leiden, waardoor grote delen van het moeras uitdroogden.
Door de kanalen te blokkeren krijgen de veengebieden hun water terug. Daardoor verbetert het leefgebied voor orang-oetans en andere wilde dieren. Zij zijn afhankelijk van het moeras voor voedsel, beschutting en voortplanting.
Naast dat de veengebieden belangrijke toevluchtsoorden voor orang-oetans zijn, slaan ze ook enorme hoeveelheden koolstof op. Wanneer het veen uitdroogt, komt die koolstof vrij en draagt het bij aan klimaatverandering. Droge veengebieden zijn bovendien een groot brandgevaar.
Inmiddels zijn 28 kanalen al afgesloten. Het waterniveau wordt dan in stappen van 40 cm verhoogd, waardoor terrassen ontstaan die de waterstroom vertragen. Zodra de dammen zijn aangelegd, blijft het water langer staan en blijft het veen langer vochtig en kan het zich herstellen.