Bron les 139: OVERSTEKEND WILD
De natuur een handje helpen
Het woord natuurbruggen bestaat uit twee delen; natuur en bruggen. Dit omschrijft precies wat het is. Een brug voor de natuur!
Als er nieuwe wegen worden aangelegd, heeft dat altijd invloed op het leven in een natuurgebied. Oversteken is voor sommige dieren moeilijker en voor andere dieren zelfs heel gevaarlijk. Met een natuurbrug kun je dat probleem minder groot maken, maar niet helemaal oplossen. Verschillende dieren hebben verschillende soorten natuurbruggen nodig.
Een aap die wil oversteken, heeft het liefst boomtoppen die over de weg heen zijn gegroeid, maar een loopvogel heeft daar niet zoveel aan. Daarvoor zou beter een ecoduct gebouwd kunnen worden. Dat is een brug over een weg met aarde en planten, waar deze vogelsoorten overheen kunnen wandelen. Kleinere dieren, zoals kikkers en padden hebben juist meer baat bij een heleboel kleine tunneltjes onder de weg door. ’Want een ecoduct is veel te ver lopen voor deze kleine springers.
Dieren die in het water leven komen ook nog wel eens barrières tegen. Zoals een dam of sluizen. Hiervoor kunnen dan vistrappen of tunnels worden aangelegd, zodat de vissen toch door kunnen zwemmen.
Vliegende dieren hebben veel last van grote kale vlaktes. Voor deze vogels en vliegende insecten zijn stapstenen daarom erg belangrijk. Op die manier kan een vlinder bijvoorbeeld van de ene naar de andere kant vliegen, zonder tussendoor hoger te vliegen. Op zo’n stapsteen vindt het dier net genoeg voedsel om weer door te vliegen.