De toekomst is nu
Tekst: Ernest Marx, beeld: Sicco van Grieken, Bregje Pontzen
)
Veel jongeren maken zich grote zorgen over klimaatverandering. Gelukkig komt deze generatie steeds vaker en luider op voor een leefbare toekomst op een leefbare planeet. We spraken vier jongvolwassenen die zich actief mengen in het klimaatdebat.
‘Na de middelbare school koos ik voor een brede studie: Economie en Bestuurskunde. Ik moest binnen die opleiding verplicht vakken nemen uit andere studierichtingen. Een daarvan was duurzaamheid. Als klimaatleek kreeg ik ineens les over de klimaatcrisis. Dat kwam zo hard binnen dat ik dacht: hier moet ik iets mee. Dat werd bevestigd toen ik vanaf eind 2018 een half jaar in Californië studeerde, waar toen de dodelijkste bosbranden plaatsvonden die de staat ooit had meegemaakt. Ik zag toen hoe de klimaatcrisis de levens van zoveel mensen beïnvloedt. Terug in Nederland werd het mijn missie om te strijden tegen klimaatverandering.’
Waarom is het belangrijk om de stem van jongeren te horen in de klimaatdiscussie?
‘Vanaf hun achttiende vormen jongeren een essentieel onderdeel van de democratie, maar in gesprekken over beleid zijn we ondervertegenwoordigd. Als Jonge Klimaatbeweging zorgen wij dat jonge mensen wel aan tafel zitten met beleidsmakers. We kampen nu al met een gigantische klimaatcrisis en moeten onze leefwijze drastisch veranderen. Ik denk dat we daarvoor de creatieve ideeën van de jonge generatie heel goed kunnen gebruiken. In Nederland is het voor oudere generaties bijvoorbeeld heel normaal dat iedereen een eigen auto heeft. Dat maakt het voor de overheid heel ingewikkeld om de mobiliteitssector te verduurzamen. Maar uit onze onderzoeken blijkt dat jongeren dat heel anders zien. Zij zeggen dat als ze later op een plek wonen waar het openbaar vervoer goed is en er prima deelvervoer in de wijk staat, ze geen eigen auto hoeven. Dat betekent dat je een heel andere, misschien veel makkelijkere strategie kunt toepassen op het verduurzamen van de mobiliteitssector. Dit biedt een perspectief dat de oudere generaties misschien nog niet zien.’
‘Ik kom van het platteland en heb van jongs af aan gewerkt bij familiebedrijven in de varkenshouderij, akkerbouw en tegenwoordig in de melkveehouderij. De clash tussen die werelden en die van mijn studie Milieukunde vind ik ongelooflijk interessant. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het nader tot elkaar brengen van uitersten. Klimaatactivisten schetsen veelal een negatief beeld van de agrarische sector. Door mijn ervaring in die sector weet ik natuurlijk dat er disbalans is en dat er problemen zijn. Zelf leg ik de focus liever op het benutten van kansen. Zo heb ik net een stage in Portugal afgerond waar ik onderzoek deed naar biologische tuinbouw. Ik onderzocht onder meer de droogteresistentie van negen verschillende type bonen. Het doel is om zo de kenniscirkel binnen de organische landbouw uit te breiden. Als we meer kennis hebben over de genetische basis van onze gewassen, biedt dat veel kansen.’
Over welk aspect van de klimaatproblematiek maak jij je het meest zorgen?
‘Klimaatverandering zoals weerpatronen en zeespiegelstijging zijn in principe problemen waar de aarde zelf wel overheen komt. Alleen gaat de mensheid het daar natuurlijk ongelooflijk lastig mee krijgen. Ik maak me dus verreweg de meeste zorgen over onze eigen gezondheid. Als we op dezelfde voet doorgaan, raken een hoop natuurlijke bronnen uitgeput of ernstig vervuild. Wij mensen zijn degenen die daar het meeste last van hebben, niet de aarde zelf. De mens moet dus een omschakeling maken om te co-evolueren met de natuur. Binnen dat verhaal denk ik dat de aanpassingen in de manieren waarop we onze voedselproductie kunnen veiligstellen het ingrijpendst zijn. Daarom vind ik het mooi om me op dat terrein in te zetten voor een duurzame transitie.’
‘Samen met mijn vader las ik als kind vaak de krant en ook op televisie zag ik regelmatig nieuws over klimaatproblemen voorbij komen. Het viel me op dat er niks aan veranderde. Toen dacht ik rond mijn vijftiende: dan ga ik me er maar voor inzetten. Ik kan me zo kwaad maken dat binnen de politiek veel te weinig motivatie is om de klimaatproblemen echt aan te pakken. De recente klimaattop in Egypte heeft ook weer helemaal niks zinnigs opgeleverd.
De houding vanuit de politiek moet radicaal veranderen. Tijdens de coronacrisis werd volop naar wetenschappers geluisterd. Hun bevindingen waren leidend. Maar als het over de klimaatcrisis gaat, blijft het vooral een politiek onderwerp. We moeten nu de noodtoestand uitroepen, want de klimaatcrisis is het grootste probleem van onze tijd. In het onderwijs zou het klimaat ook een veel grotere rol moeten krijgen, zodat iedereen leert waar we aan toe zijn.’
Vond je dat daar op jouw middelbare school te weinig aandacht voor was?
‘Absoluut. Ik deed krap drie jaar geleden eindexamen. Ik heb een sociaal profiel gedaan met economie en geschiedenis, maar het ging nauwelijks over klimaat. Het viel me op dat het vooral aan de interesse van de docent lag of de klimaatcrisis als onderwerp werd besproken of niet. Maar die docenten hebben zich ook te houden aan het curriculum dat veertien jaar eerder is opgesteld. Dat is heel zonde.
Klimaatverandering zou in zijn algemeenheid veel meer aan bod moeten komen. Dat kan ook. Bij economie zou je het over circulaire economie kunnen hebben. En het kan ook in vakken die niet direct met het klimaat te maken hebben makkelijk geïmplementeerd worden. Scholen zouden ook vakoverstijgende projecten kunnen opzetten die op klimaatverandering zijn toegespitst.’
‘Tijdens de coronapandemie heb ik een jaar in thuisisolatie doorgebracht. Toen heb ik me eigenlijk alleen maar ingelezen over de klimaatnoodsituatie en gesproken met klimaatwetenschappers. Hoewel ik op de middelbare school wel over klimaatverandering leerde, besefte ik door deze diepe duik dat het probleem vele malen erger is dan ik dacht.
We worden op dit moment geconfronteerd met de vernietiging van onze levensonderhoudende systemen. Dit is te wijten aan de fossiele industrie en onze destructieve landbouwpraktijken, die zowel gefaciliteerd als gesubsidieerd worden door regeringen wereldwijd. Zij duwen ons richting de afgrond. In het verleden heb ik me vooral gericht op individuele gedragsverandering, zoals veganist worden en minder vliegen. Maar ik realiseerde ik me dat echte verandering alleen ontstaat door collectieve actie om zo te proberen het beleid te beïnvloeden. Daarom ben ik vorig jaar lid geworden van Scientist Rebellion.’
Waarover maak jij je het meest kwaad?
‘Over de fundamentele onrechtvaardigheid. Fossiele bedrijven maken elk jaar enorme winsten terwijl tegelijkertijd miljoenen mensen lijden onder de verwoestende klimaatcatastrofes die deze bedrijven moedwillig veroorzaken. Ze weten al meer dan vijftig jaar van het probleem, maar hebben niets veranderd. In feite hebben ze het publiek in het verleden misleid en voorgelogen, en dat doen ze nog steeds.
Ik voel ook frustratie tegenover de vorige generaties die dit allemaal hebben laten gebeuren. Het zou dertig jaar geleden zo makkelijk zijn geweest om hier iets aan te doen. Nu is de tijd om een leefbare toekomst voor iedereen veilig te stellen bijna op. Als we niet radicaal van koers veranderen, zal ons leven een hel worden. Toekomstige generaties zullen het ons nooit vergeven. Ik kan niet leven met dat schuldgevoel als ik nu geen actie onderneem.’
)
)
)
)
)